Nathalie · Gent
Mijn dochter is de enige in haar klas die nog geen zomerplannen heeft. Dat is mijn schuld.
· 2 min leestijd
Charlotte vroeg vorige week of we al iets hadden geboekt voor de zomer. Ik heb gezegd: nog niet, maar het komt.
Dat was een leugen. Niet een grote leugen. Meer een uitstelle-leugen. Het soort antwoord dat klopt als je het gelooft maar waarachter eigenlijk niks zit.
Ze is dertien. Ze weet inmiddels wanneer ik iets uitstel. Ze heeft niet verder gevraagd.
Het probleem is niet dat ik niks wil boeken. Het probleem is dat er te veel variabelen zijn. Tom heeft drie weekends in juli die al vol zitten. Mijn ex heeft de kinderen de eerste drie weken van augustus, maar of dat dit jaar ook zo gaat, is afwachten. En dan is er ook nog de vraag: wil ik met zijn allen op stap of eens iets kleins met de twee van mij alleen.
Vorig jaar zijn we met het hele samengestelde gezin naar de Bretagne geweest. Het was goed. Het was ook veel. Zeven dagen, vijf mensen in een gite, iedereen op elkaars lip. Het klopte, maar ik ben ook blij dat het maar een week was.
Dit jaar weet ik het niet goed. Ik wil graag iets. Ik weet alleen nog niet wat.
Ondertussen boekt iedereen op het werk al. Sardinie, Kroatie, de Azoren. Mijn collega heeft een appartement in Toscane voor drie weken. Ik heb geknikt en gezegd dat het klinkt als iets moois.
Vanavond ga ik eens echt nadenken over de zomer. Of ik ga een glas wijn nemen en het voor morgen laten.
Dat zijn ook twee opties.