Hanne · Leuven
Wouter heeft gevraagd of ik zin heb in de zomer. Ik heb gezegd: definieer zin.
· 1 min leestijd
Vandaag is het de langste dag van het jaar. Dat heb ik gelezen op mijn telefoon, tussen twee mails in over roosters die niet kloppen. Wouter stond in de tuin met een biertje en zei dat we meer moesten genieten. Ik heb geknikt en daarna een leverancier teruggebeld.
Noor en Fien willen een zwembad. Niet het opblaasbare, het echte. Ik heb uitgelegd dat een tuin daarvoor te klein is. Fien heeft gezegd dat we dan een grotere tuin moeten kopen. Ik heb niet geantwoord, want ze heeft technisch gezien gelijk.
De zomer begint dus vandaag. Ik heb volgende week drie vergaderingen, een roosterprobleem dat ik al twee weken voor me uitschuif, en ergens een badpak dat waarschijnlijk niet meer past. Wouter zegt dat het goed komt. Ik zeg dat ook altijd. Morgen de was.