Lies · Brussel (Elsene)
Ik ben slecht in niets doen
· 1 min leestijd
Lars heeft gisteren gezegd dat ik zelfs in mijn vrije tijd aan het rekenen ben. Hij bedoelde het als observatie, niet als verwijt, maar het bleef hangen. We zaten buiten, het was bewolkt maar nog warm genoeg, en ik zat met mijn telefoon de rentemarges na te lopen voor een dossier dat maandag pas verwacht wordt. Ik had het niet eens door.
Ik vraag mezelf af: wanneer ben ik voor het laatste gewoon aanwezig geweest, zonder dat er iets te optimaliseren viel? Het antwoord is dat ik dat niet weet. En dat ik het waarschijnlijk ook niet zou herkennen als het er was. Aanwezigheid voelt voor mij als onvoorbereiding, en onvoorbereiding voelt als risico.
Daar zit het hem, denk ik. Ik beoordeel bij mijn werk of mensen een buffer hebben voor onverwachte tegenslag. Ik eeis het van elke aanvraag. Maar mijn eigen buffer, de ruimte tussen wat ik doe en wat ik voel, die heb ik al lang weggeknipt als niet-essentieel. Lars slaapt straks waarschijnlijk weer als een zak stenen. Ik ga de marges nakijken.