Hanne · Leuven
De zomer is voorbij en niemand heeft mij gevraagd of ik er klaar voor was
· 2 min leestijd
Noor heeft haar rugzak al ingepakt. Zelf gedaan, met eenlijstje dat ze had uitgeschreven op een roze post-it. Fien wilde ook een lijstje, maar Fien kan nog niet schrijven, dus ze heeft er gewoon op gekrabbeld en gezegd dat het klaar was. Ik heb ze allebei laten begaan. Dat is ook een vorm van loslaten, denk ik.
Het magazijn draait volgende week op volle capaciteit. Ik heb de roosters al drie keer gecheckt, de buffers ingebouwd, de back-ups bevestigd. Alles staat. Wouter heeft gisteren gevraagd hoe ik me voelde bij het einde van de zomer en ik heb gezegd dat ik blij was dat de structuur terugkwam. Dat is ook zo. Alleen is het niet het hele antwoord.
Ik vraag me af wat ik eigenlijk verwachtte van deze zomer. Dat is een eerlijke vraag en ik verdien een eerlijk antwoord. Ik verwachtte rust, denk ik. Niet de afwezigheid van drukte, want die is er nooit, maar het gevoel dat ik even nergens iets hoefde te bewijzen. Dat gevoel is er geweest. Een middag aan het water met de meisjes, Fien met zand aan haar oor, Noor die mij uitlegde hoe wolken werken. Wouter die koffie haalde zonder dat ik iets had gevraagd. Het waren kleine dingen. Ik had ze bijna gemist omdat ik aan de planning van augustus dacht.
Morgen beginnen de schoolweken. Morgen beginnen de brooddozen en de lunchgesprekken en de maandagvergaderingen. Ik ben er klaar voor in de zin dat alles georganiseerd is. Of ik er zelf klaar voor ben, dat is een andere vraag, en die stel ik liever niet te luid. Noor zou het horen en uitleggen. Fien zou een krabbeltje maken en zeggen dat het klaar is.
Misschien is dat het goede voorbeeld. Gewoon beslissen dat het klaar is en beginnen. Morgen de was.