Wouter groot. Ik iets kleiner. Noor en Fien klein. En dan naast ons: een hond.
We hebben geen hond. Ze wil al twee jaar een hond. Ik heb gezegd dat ik erover nadenk. In haar tekening is het al zo.
Ik heb de tekening op de koelkast gehangen. Dat is geen ja. Maar het is ook geen nee meer.